De werking van PLC’s in de afvalwaterketen

PLC programmering & besturingstechniekBij het afvoeren, vasthouden of verwerken van water is automatisering niet meer weg te denken. Maar
zit automatisering wel echt in het bloed van de waterbeheerder? Dit artikel is een uittreksel van ons white paper dat u voorziet van tips, om een goede keuze te maken op het gebied van procesautomatisering in de afvalwaterketen.

PLC
Een PLC is een soort computer die ervoor zorgt dat bepaalde acties worden uitgevoerd op basis van waarden. Deze waarden zijn afkomstig van sensoren die geplaatst zijn bij de installatie. De waarden worden verwerkt in de PLC en eventueel hierin opgeslagen. Om daadwerkelijk acties uit te voeren worden commando’s ingevoerd in de PLC, bijvoorbeeld om een pomp bij een bepaald waterniveau automatisch in te schakelen. De PLC stuurt dus op basis van inkomende waarden signalen uit.

Dit is het eerste principe van het programmeren van een PLC. Maar er zijn uiteraard meer variabelen waarop een PLC kan schakelen. Want wat gebeurt er als er een doek in de pomp komt die een storing veroorzaakt? Of wat als de beheerder het energieverbruik van het gemaal wil monitoren? Er zijn dus veel meer onderdelen, zoals meters, sensoren en alarmering, die op de PLC worden aangesloten om een goed geautomatiseerd systeem te vormen.

In- en uitgangen
Om te kunnen communiceren met de sensoren en installaties, heeft de PLC in- en uitgangen. Op de ingangen worden onderdelen aangesloten zoals stroommeters, niveaumeters, vlotterballen en temperatuurmeters. Zij sturen via de uitgangen de uitvoerende delen zoals pompen of schuiven aan.

Phoenix-PLCElk type PLC is uitgerust met een standaard aantal ingangen en uitgangen. Deze kunnen digitaal, analoog of een puls zijn. Bij een analoge ingang is de input in de regel 4-20 mA of van 0-10 Volt. Voordeel van een 4-20 mA signaal is dat kabelbreuken meetbaar zijn (0 mA betekent kabelbreuk, want er wordt minimaal 4 mA verwacht). Bij een analoge aansluiting dient er een transformatie plaats te vinden van de gemeten waarde. Wanneer bijvoorbeeld een niveau gemeten wordt, liggen de werkelijke waarden tussen de -1mNAP tot -2mNAP, maar bedragen de gemeten waarden 4 mA of 20mA. In de PLC moet in dit geval dan aangegeven worden dat 4 mA voor -1 mNAP staat en -2mNAP staat voor 20 mA. Soms wordt dit niet in de PLC geprogrammeerd, maar in een hoofdpost waarmee de PLC op afstand is verbonden. De meeste druksensoren waarmee niveau in het gemaal wordt gemeten, zijn (nog) analoge sensoren. Naast analoge worden ook digitale ingangen gebruikt. Bij deze ingangen wordt geen stroom gemeten, maar wordt een waarde doorgegeven die bestaat uit enen en nullen.

Voorbeeld: Bij een waarde van -1 mNAP moet de pomp inschakelen. Als de sensor de waarde van -1 mNAP doorgeeft aan de PLC, dan zorgt deze ervoor dat de pomp gaat draaien. Voor het uitschakelen van de pomp, wordt ook een commando gegeven, bijvoorbeeld bij -2 mNAP. Op deze manier wordt een PLC programma opgebouwd.

Meer weten of besturingen of PLC programma’s?
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Of wilt u meer weten over wat PLC-programma’s of besturingen voor uw organisatie kunnen betekenen?
Kijk dan op www.i-real.nl/whitepaper en download de white paper ‘Besturing in de afvalwaterketen’.
Uiteraard kunt u ook rechtstreeks contact opnemen met onze specialist: Arjan Leneman, Business Unit Manager Water via info@i-real.nl of 0314 366 600.

Terug naar overzicht

"Wij geven onze klanten overzicht
en grip op hun infrastructuur"

Ook grip op uw
infrastructuur?

Bel ons op 0314 366 600

Stuur ons een e-mail
Nederlands Deutsch English
KVK Arnhem 09182897 IBAN NL25 ABNA 0527 9644 17